Columns
Sociale Innovatie deel 2
Iedereen praat erover, maar niemand wil het echt
Sociale innovatie, dat wil niemand echt. Waarom niet? Angst. Sociale innovatie gaat over eigenaarschap, medewerkerschap, initiatieven nemen, talent inzetten. Mooie woorden en iedereen weet rationeel hoe het anders moet. Maar hoe moet het nu in het echt? Managers zijn bang dat zij iets nieuws doen wat hun positie in gevaar brengt. Medewerkers zijn ook bang, hielenlikkend en ja-knikkend doen zij iedere dag weer wat “de organisatie” van hun vraagt, zich niet realiserend dat zij zelf de organisatie zijn. En na hun werkdag klagend over het slechte management en de zinloze reorganisaties.
Willen we echt sociaal innovatief zijn, dan moeten ego’s aan de kant en moeten managers en hun medewerkers moed tonen, lef hebben.
Ik loop nu een tijdje rond in een organisatie waar “moed” een belangrijke competentie is voor diverse managementprogramma’s. Managers moeten lef tonen, eigenaarschap, achter hun daden staan en de consequenties nemen. Ook weer mooie woorden, bedacht door een paar creatieve HR medewerkers op een afdeling “Talent Development”. De board ondersteunt de programma’s. Dat wil zeggen: ze ondersteunen de gedachte dat binnen “hun” organisatie aan talent wordt gewerkt. Maar zodra een manager of zogenaamde potential moed toont en buiten gangbare processen om werkelijk mensen de kans geeft om hun talent volledig te benutten, wordt de board onrustig en wordt er snel een evaluatie van het functioneren ingelast. De eerder bedachte KPI’s en targets worden zorgvuldig gewogen en de conclusie is dat deze manager of potential weliswaar oog voor de toekomst heeft, maar voorlopig zijn financiële doelen niet haalt. De manager of potential wordt bang voor de eigen positie en keert snel terug naar de gangbare processen en begint als een pedant mannetje zijn medewerker te beoordelen op de vastgestelde targets. Medewerkers ook weer bang en de cirkel is rond. Moed is weer moet geworden.
Werkelijke sociale innovatie gaat hieraan voorbij. Mensen met moed doorkuisen de hiërarchie, tonen initiatief en laten zien wat hun eigen bijdrage bijdraagt aan het organisatiebelang. Zij nemen de risico’s en zijn niet bang om hun baan of aanzien te verliezen, zij durven te mislukken en heilige huisjes omver te trappen. Zij durven te laten zien wat hun persoonlijke inbreng is en durven hiervoor zelfs hun persoonlijke leven risico te laten lopen. Een baan verliezen, je hypotheek niet meer kunnen betalen, daar gaat sociale innovatie over. Het gaat dus ook over je thuisfront. Je klaaggedrag op kantoor moet getransformeerd worden naar daden, naar ander gedrag en dat dient gesteund te worden door het thuisfront. Sociale innovatie binnen een bedrijf vraagt om sociale innovatie buiten het bedrijf. Sociale innovatie vraagt om moed van de maatschappij, niet alleen om moed van managers in hun managementprogramma’s. Sociale innovatie slaagt alleen als individuen bereid zijn om alles op het spel te zetten voor een betere toekomst, een toekomst waarin schaarste aan talent plaatsmaakt voor overvloed, waar mensen bepalen waar we heen gaan, niet de functieprofielen of organisatiedoelen en de zogenaamde objectieve beoordelingen hiervan. Laten we eerst weer mensen worden en zin willen geven aan ons werkende leven, een leven waarin werk zorgt voor een plezierige dagbesteding waarmee we ook nog onze hypotheek kunnen betalen. Niet omdat het moet van de organisatie of de bank, maar omdat je er plezier in hebt om je talent te laten zien. Geen geklaag meer en moe thuis komen, maar thuis komen met een verhaal! Je thuisfront zal trots op je zijn en de risico’s voor lief nemen. Sociale innovatie vraagt om een cultuurtransformatie van de maatschappij.
